
Inge van Meulen - logopedist
Veel ouders stellen zichzelf dezelfde vraag: “Mijn peuter praat nauwelijks, moet ik me zorgen maken?” Soms blijkt dat een kind gewoon wat later op gang komt. Maar het kan ook zijn dat er meer speelt, bijvoorbeeld een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Hoe weet je nu het verschil, en wat kun je als ouder doen?
Kinderen ontwikkelen zich ieder op hun eigen manier. Het ene kind kletst al vroeg de oren van je hoofd, het andere neemt wat meer tijd. Toch zijn er bepaalde ijkpunten die je helpen inschatten of je kind “op schema” ligt. Rond anderhalf jaar gebruiken de meeste kinderen een paar losse woordjes. Tegen de leeftijd van twee jaar volgen vaak de eerste korte zinnetjes en rond drie jaar kunnen de meeste peuters eenvoudige zinnen maken.
Blijft je kind duidelijk achter bij deze mijlpalen of zijn de woorden nauwelijks verstaanbaar? Dan kan dat een teken zijn om verder te kijken.
Het komt vaak voor dat peuters later beginnen met praten. Ongeveer één op de tien peuters rond de twee jaar zegt nog maar weinig. Deze kinderen halen de achterstand vaak zelf weer in.
Bij een TOS gaat het anders. Dan ontwikkelt taal zich fundamenteel moeizaam, ondanks voldoende taalaanbod en een normale intelligentie. Kinderen met een TOS hebben structurele problemen met taal begrijpen én gebruiken.
Voordat je aan een TOS denkt, is het belangrijk om andere oorzaken uit te sluiten. Soms hoort een kind minder goed door oorontstekingen, krijgt het te weinig taalprikkels in de omgeving, of is er sprake van een andere ontwikkelingsstoornis, zoals autisme of selectief mutisme. Een logopedist kan helpen om dit zorgvuldig in kaart te brengen.
Ouders merken vaak als eerste dat er “iets niet klopt” in de communicatie. Misschien begrijp je elkaar niet goed, of lijkt je kind boos te worden omdat jij niet snapt wat hij bedoelt. Bij meerdere van de volgende kenmerken is het verstandig om verder onderzoek te doen:
Twijfel je over de taalontwikkeling van je peuter, dan hoef je daar niet alleen mee te blijven rondlopen. Een eerste stap kan zijn om je zorgen te delen met het consultatiebureau of je huisarts. Zij kunnen je doorverwijzen naar een logopedist die gespecialiseerd is in jonge kinderen. Ook bestaan er laagdrempelige taaltesten, zoals de SNEL-test, waarmee snel duidelijk kan worden of verder onderzoek nodig is.
Je hoeft niet te wachten tot er een verwijzing komt. Thuis kun je je kind al helpen door veel te praten tijdens dagelijkse momenten. Benoem wat je doet, gebruik korte en duidelijke zinnen en geef je kind de tijd om te reageren. Ondersteunende gebaren of visuele hulpmiddelen kunnen het begrijpen makkelijker maken. Het belangrijkste is: houd het ontspannen en positief.
Logopedie is vaak de eerste stap bij een vermoeden van TOS. Soms is aanvullende begeleiding nodig, bijvoorbeeld in een behandelgroep of in het (speciaal) onderwijs. Hoe eerder de juiste ondersteuning wordt ingezet, hoe groter de kans dat je kind een stevige taalbasis ontwikkelt.
Bij Uniek Kind- en Jeugdpraktijken werken logopedisten die gespecialiseerd zijn in TOS. Samen met jou bekijken we wat je kind nodig heeft en welke stappen het beste passen.
Wil je je verder verdiepen, kijk dan ook op:
Herken je signalen van TOS bij jouw peuter? Blijf er dan niet mee rondlopen. Een intake bij Uniek kan duidelijkheid geven en zorgt ervoor dat je kind de juiste ondersteuning krijgt.
👉 Plan hier een afspraak en bespreek je zorgen met een specialist.

Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen bij Uniek Kind- en jeugdpraktijken.